Veiligheid

Veiligheid

Veiligheid op de bouwplaats staat bij aannemers en opdrachtgevers altijd hoog in het vaandel. Het werken van waterstof is echter een nieuw fenomeen op de bouwplaats en brengt dan ook nieuwe risico’s met zich mee. Het mitigeren van deze risico’s is dan ook van essentieel belang. Op welke wijze de veiligheid op de bouwplaats gewaarborgd dient te worden, wordt hieronder beschreven.

Interne veiligheid

Indeling bouwplaats met interne veiligheidsafstanden

Interne veiligheidsafstanden verwijzen naar de afstanden die worden gehanteerd om mensen en eigendommen binnen een inrichting te beschermen tegen mogelijke gevaren, zoals explosies of branden. Deze afstanden zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat bij een ongeval binnen de inrichting de effecten beperkt blijven tot het terrein zelf en niet overslaan naar naburige delen van de inrichting of andere belangrijke locaties. De interne veiligheidsafstanden zijn afhankelijk van de hoeveelheid en type opslag van waterstof. Vervolgens kan aan de hand van de PGS35:2021, PGS15:2021 en de handleiding voor risicoberekeningen Bevi worden de interne veiligheidsafstanden bepaald.

Een enthousiast team van 1 schipper aan boord en een machinist op het stort, staat garant voor een correcte uitvoering van de werkzaamheden. Door korte lijnen met de bedrijfsleiding en regelmatig overleg, kan snel worden ingesprongen op veranderende situaties tijdens het winproces. Veiligheid en milieu aspecten worden regelmatig besproken tijdens toolboxmeetings. Het team zorgt ook dat het materieel in goede conditie blijft, zodat de kans op storingen tijdens het in bedrijf zijn tot een minimum wordt beperkt.

ATEX-zone 2 zonering (A)

Voor de toepassing van waterstof moet een ATEX-zone worden toegepast. Binnen de ATEX-zone is het explosiegevaar het grootste. De ATEX-zone is een fysieke scheiding op de bouwplaats en is niet voor iedere medewerker toegankelijk.

Afstand tot begrenzing activiteit (B)

Door de bouwplaats duidelijk af te bakenen, kunnen onbevoegde personen de bouwplaats niet betreden. Bij het gebruik met waterstof dient de afbakening op vooraf bepaalde afstand geplaatst te worden. Hierdoor zal de impact bij incidenten op de omgeving worden beperkt.

Afstand tot kwetsbare objecten (C)

Kwetsbare objecten zijn objecten die ernstige gevolgen kunnen ondervinden bij een explosie, zoals een ketencomplex Objecten die een explosie kunnen vergroten, zoals energiedragers, vrachtwagens en aggregaten dienen ook op deze afstand geplaatst te worden. Zoals op de schematische tekening wordt weergegeven, zal afstand B kleiner zijn dan afstand C. Voor iedere bouwplaats kan echter niet worden gewaarborgd dat buiten de begrenzing van de bouwplaats geen kwetsbare objecten worden geplaatst. Daarom wordt aanbevolen om de bouwplaats begrenzing minimaal op de afstand tot kwetsbare objecten te plaatsen.

Risico Inventarisatie & Evaluatie

Op de bouwplaats dienen maatregelen genomen te worden ter beheersing van de explosierisico’s. Ht helpt om aan wettelijke vereisten te voldoen en veiligheidsrisico’s te minimaliseren. Voor het toiervoor dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen rondom het opslaan van gevaarlijke stoffen. Over het algemeen vormen de PSG-richtlijnen een belangrijk instrument voor waterstofopslag, omdat heepassen van waterstof op de bouwplaats is echter geen specifieke richtlijn opgesteld. Vooral de PGS15 , maar ook deels de PGS35 zijn van toepassing op de bouwplaats. Maar let op: niet alle maatregelen beschreven in deze richtlijnen zijn van toepassing op de bouwplaats aangezien de richtlijnen niet zijn geschreven voor toepassing op de bouwplaats!

Daarnaast is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de maatregelen die gelden op de gehele bouwplaats en de maatregelen die alleen gelden in de ATEX-zone. Wanneer de maatregelen geldend voor de ATEX-zone worden toegepast op de gehele bouwplaats ontstaat een onwerkbare bouwplaats. Dit onderscheid staat daarom aan de basis van een veilige, maar ook werkbare waterstof aangedreven bouwplaats.

Kwantitatieve risicoanalyse

De kwantitatieve risicoanalyse (QRA) is een methodiek waarbij risico’s worden gemeten en geanalyseerd aan de hand van numerieke gegevens en statistische methoden. Het doel van een QRA bij waterstoftoepassing is om op een objectieve manier de waarschijnlijkheid van incidenten en de mogelijke gevolgen daarvan, zoals letsel, eigendomsschade of milieuschade, in te schatten.

De QRA is een studie waaruit naar voren komt of betreffende voorgenomen locatie vanuit risico oogpunt voor de omgeving haalbaar is. Uit de QRA volgen een plaatsgebonden risicocontouren, die van belang zijn voor het vaststellen van de externe veiligheidsafstanden. Aangezien de QRA voornamelijk betrekking heeft op de omgeving, vormt het een uitstekend instrument om bij een omgevingsdienst aan te tonen dat aan de wet- en regelgeving wordt voldaan.

Implementatieplan

De werknemers op de bouwplaats dienen uiteindelijk te werken met de waterstof. Als aannemer ben je verplicht om een veilige omgeving voor je werknemers te creëren. Het is dan ook van uiterst belang om werknemers op de juiste manier te instrueren. De voorlichting en instructie van de werknemers en de daarbij behorende onderliggende procedures en plannen over het werken met waterstof dienen te verlopen conform interne processen van de betreffende aannemer of bedrijf. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van bekende VGM-stukken, zoals werkplannen, toolboxes en inspectieformulieren.

Acceptatie van het werken met waterstof door de bouwplaats medewerkers speelt ook een belangrijke rol bij de implementatie. Het werken met waterstof vereist op de bouwplaats extra en nieuwe handelingen van de bouwplaats medewerkers. Door een actieve en betrokken rol aan te nemen richting de bouwplaats medewerkers zal eerder acceptatie van waterstof ontstaan, in plaats van dat het werken met waterstof als ergernis wordt ervaren. Samen is de enige manier om een veilige en duurzame werkomgeving te creëren!

Externe veiligheid

Positionering bouwplaats met externe veiligheidsafstanden

Wanneer een incident optreedt, dient de impact op kwetsbare objecten te worden voorkomen. Kwetsbare objecten in relatie tot explosies zijn gebouwen, infrastructuur of andere constructies die vanwege hun gevoeligheid voor explosies extra bescherming of speciale maatregelen vereisen. Deze extra beschermen wordt behaald door de waterstofopslag op een vooraf bepaalde afstand te positioneren ten opzichte van een kwetsbaarobject.

Kwantitatieve risicoanalyse (QRA)

Voor de toepassing van waterstof dienen risico-contouren bepaald te worden, hiervoor wordt vaak een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Een QRA analyseert de potentiële risico’s die verbonden zijn aan bepaalde gevaarlijke activiteiten. Door deze risico’s kwantitatief in kaart te brengen, kan worden bepaald welke gebieden rond een fabriek of installatie blootgesteld zijn aan gevaarlijke gebeurtenissen, in dit geval een waterstofexplosie. De QRA wordt opgesteld op basis van een plaatsgebonden risico. Dit geeft de kans dat een persoon op een specifieke locatie overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, in dit geval waterstof, binnen een jaar.

Het toepassen van een QRA voor het bepalen van risicocontouren is essentieel om de veiligheid van mensen, installaties en de omgeving te waarborgen, zowel in termen van ruimtelijke ordening als het naleven van wettelijke normen. Het is daarom aannemelijk dat het bevoegd gezag, zoals een omgevingsdienst, naar de QRA zal vragen. Bijbehorende PSU-bestanden, welke als onderbouwing dienen voor de QRA, worden in enkele gevallen ook opgevraagd.

Waterstof brandstofcelsysteem​

Op het gebied van veiligheid dient de brandstofcelgenerator minimaal te voldoen aan de volgende normen die zijn vastgesteld door de Europese Commissie en de International Electrotechnical Commission (NEN-EN-IEC): Essentiële gezondheids- en veiligheidseisen met betrekking tot het ontwerp en de constructie van machines (2006/42/EG)  Met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (2014/30/EU) Met betrekking tot de beschikbaarheid van elektrische apparatuur ontworpen voor gebruik binnen bepaalde spanningslimieten (2014/35/EU) Met betrekking tot beperkingen op het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (2011/65/EU) Brandstofceltechnologieën – Deel 5-1: Draagbare Brandstofcel Energiesystemen (NEN-EN-IEC 62282-5-1) Mate van bescherming geleverd door omhulsels (NEN-EN-IEC 60529) Elektrische apparatuur voor explosieve gasatmosferen – Classificatie van gevaarlijke gebieden (NEN-EN-IEC 60079-10)

Handboek

Ohpen handboek cover

Download het handboek en blijf op de hoogte van updates. Wij werken continu aan het verbeteren en up-to-date houden van het handboek om ervoor te zorgen dat u altijd beschikt over de meest actuele informatie.

» Download het handboek

Begeleiding

Bent u op zoek naar extra begeleiding rondom de (veilige) inzetkaders van waterstof op de bouwplaats, neem gerust contact met ons op!

Inhoudsopgave

Wilt u meer informatie?